Bewust zijn van je rijkdom
In: ZOZ, november 1998
© Chris Elzinga
Het dilemma
Het is alweer enige tijd geleden dat prof. Bomhoff Nederlanders opriep meer geld uit te geven. We zijn eigenlijk dom bezig als we sparen. En Nederlanders sparen enorme hoeveelheden geld. Volgens hem zouden we veel rijker kunnen zijn, als we maar meer geld uit zouden geven. Ik heb dit altijd een merkwaardige redenering gevonden. Vrijwel alles wat we consumeren komt uiteindelijk uit de natuur. We worden in materieel opzicht inderdaad rijker als we meer consumeren. Alleen is het de vraag of we daar echt gelukkiger van worden en wat voor natuur en wat voor leefomgeving we met al dat consumeren eigenlijk overhouden. Het Wereld Natuur Fonds heeft daar onlangs een nieuwe maatlat voor opgesteld. In niet mis te verstane woorden stelt het WNF dat sinds 1970 een derde van de natuur op aarde is verdwenen., ten behoeve van onze materiële welvaart. En het tempo van natuurvernietiging neemt niet af, niettegenstaande de inspanningen die nationale regeringen zich getroosten. Wat voor wereld houden we over als rijker worden ons enige doel is?
Antwoorden van deskundigen
Wat hebben de beleidsmakers hierover te zeggen? Onlangs was ik aanwezig op het jaarcongres van de Vereniging van Milieukundigen (VVM). Het thema was "Milieu-agenda 2000+, uitdaging in kwadraat!" Als ergens antwoorden op belangrijke milieuthema's te verwachten zijn, dan zou dat in dit gezelschap van deskundigen moeten zijn. Minimaal zou het dilemma tussen rijkdom en natuurschade op zo'n agenda thuis horen. Afgezien van sprekers als minister Pronk en Thilo Bode van Greenpeace was de teneur: als we maar de goede technieken toepassen komt het met het milieu wel goed. Slechts schoorvoetend werd erkend dat de benodigde technieken er al zijn, maar dat het met het gedrag van mensen niet zo wil lukken. Aan de ene kant laten mensen zich niet gemakkelijk verleiden tot milieuvriendelijk gedrag. Aan de andere kant is de overheid huiverig om gedrag van burgers al te opvallend te sturen. Die overheid wordt immers door diezelfde burgers gekozen. Dit is de patstelling waar de overheid zich momenteel in bevindt.
Als de aandrang niet van "boven" komt, welke mogelijkheden zijn er dan van onderaf? Wat heeft "consuminderen" ons te bieden, tegenover consumeren? Laten we dat eens bekijken aan de hand van enkele factoren, die in elk maatschappelijk vraagstuk een rol spelen: gedrag - bewustzijn - sociale normen (vanuit de omgeving) - sociaal systeem (de inrichting van de samenleving).
Het morele appel
Hoe zijn mensen tot milieuvriendelijk gedrag te bewegen? Of directer: hoe ben ik tot een dergelijk gedrag te bewegen? Uit allerlei onderzoek is in de afgelopen jaren duidelijk geworden dat mensen zich niet ineens milieuvriendelijk gaan gedragen als ze op de negatieve milieugevolgen van hun koopgedrag worden gewezen. Een heleboel voorlichting gaat echter wel van de werking van een moreel appèl uit en biedt dan vervolgens een hele trits alternatieve mogelijkheden aan, waaruit je dan zou moeten kiezen. De werkmap van de ecoteams bijvoorbeeld volgt deze lijn. Dit is een prima benadering, maar ik wil daar toch een paar kanttekeningen bij maken.
Mijn o zo kritische vrienden
De eerste is, dat de sociale normen van buren, vrienden, familie en collega's een enorme invloed uitoefenen op het individuele koopgedrag. Vaak werkt die invloed in de vorm van goed- en afkeuring heel subtiel. Een voorbeeld is het verhaal van een kennis die zelf een houten vloer had gelegd van spaanplaat. Zijn sociale omgeving reageerde wat lauw met opmerkingen als: "Wat een creatieve oplossing" of "Ziet er wel aardig uit". De goedkeuring uit de omgeving was niet van harte. Hierdoor bleef hij met een gevoel van armoede zitten, dat hem in de loop der jaren niet verliet. Pas toen hij een "echte" parketvloer liet leggen kreeg hij complimentjes en de onvoorwaardelijke goedkeuring van zijn omgeving. Hiermee verdween ook het gevoel van armoede. Die invloed van de sociale omgeving werkt dus heel subtiel, maar tegelijkertijd ook heel direct (via de opmerkingen die mensen maken) voor wie er oog en oor voor heeft.
Een ander voorbeeld gaf een vriendin me die een nieuwe auto had gekocht. In de beslissing had zwaar meegewogen hoe zij dacht over de reactie van familie, vrienden en collega's op het werk. Pas achteraf begon schaamte mee te spelen rond de vraag: "Hoe vertel ik dit aan mijn o zo kritische, milieubewuste vrienden?" Wie herkent dit niet?
Maar het mechanisme werkt ook andersom. De waardering voor vliegvacanties bijvoorbeeld is in het algemeen heel hoog, evenals de status die mensen aan vliegen ontlenen. Schiphol doet er ook alles aan om reizigers het gevoel te geven dat ze uitverkorenen zijn in een wereld vol glamour. Je kunt pronken met je reis naar exotische streken. Vanwege deze positieve waardering (norm) laten mensen zich ook nauwelijks op de keerzijde van vliegen aanspreken.
Waar het op aankomt is, dat je je bewust wordt van de normen uit de samenleving en hoe die in je eigen gedrag doorwerken. Pas als je je daarvan bewust bent kun je een eigen kompas ontwikkelen en daarop leren varen.
Het genot van een Milky Way
De tweede kanttekening is, dat achter veel koopgedrag heel basale, primaire drijfveren zitten, waar weinigen zich van bewust zijn. Toch zal iedereen het pronken met nieuwe spullen en het begeren van de rijkdom van anderen herkennen. Zelf weet ik nog goed welk genoegen mijn nieuwe PC met Internet-aansluiting me bood. Nu had ik eindelijk ook eens een mooi speeltje, waar mijn zwager die altijd met zijn auto's pronkt niet tegen op kon.
Een andere drijfveer is de behoefte onlustgevoelens te stillen. Dit is de drijfveer van veel koop-, rook- en snoep- en drankverslaafden. Mildere vormen zijn te zien op de perrons van NS-stations waar mensen hun stress en vermoeidheid met allerlei snoepwaren proberen weg te eten.
Al dit soort reacties zijn heel menselijk. Behoeften kunnen echter nooit verzadigd worden als ze uit pronkzucht, begeerte of onlustgevoelens voortkomen. Je blijft kopen, omdat er altijd wel weer iets op de markt gebracht wordt dat nieuwer, flitsender, moderner is dan wat je had. Of omdat je onlustgevoelens niet echt verdwijnen. Hoe menselijk die drijfveren ook zijn, dat wil nog niet zeggen dat je je door ze moet laten leiden. Mensen zijn geen automaten. Punt is, dat je alleen uit de cirkel kunt raken wanneer je je van die drijfveren bewust bent. Dan kun je voor minder duur of blits of modern kiezen, of zelfs helemaal van aankoop afzien, omdat die aankoop er eigenlijk helemaal niet meer toe doet. Een manier om je bewustzijn te scherpen is je aanschaf uit te stellen en jezelf de tijd te gunnen de vraag te stellen waarom je eigenlijk iets wilt kopen.
Omgaan met schuld
Mijn derde opmerking is, dat een moreel appèl vaak niet werkt, omdat mensen niet graag met schuldgevoelens opgescheept willen worden. Dat voelt onaangenaam en is dikwijls heel pijnlijk. Je ziet vaak dat mensen proberen onder de boodschap uit te komen door zichzelf te overtuigen dat het allemaal wel mee valt. In ieder geval doet de buurman het nog veel erger. Aanpassing van gedrag is dan niet nodig. Een mooi voorbeeld las ik in een onderzoek van Linda Steg onder autobezitters. Na afloop van voorlichting over de gevolgen van autogebruik voor het milieu bleken de meeste deelnemers hun eigen bijdrage te minimaliseren. Dat was gemakkelijker dan de auto te laten staan.
Een moreel appèl werkt het beste in situaties waarin mensen iets met dat schuldgevoel kunnen doen. Daarom werken geldinzamelakties voor hongerend Afrika of akties van Greenpeace ook zo goed. De ontlading volgt direct. Zo werkt dat niet als van mensen milieuvriendelijk gedrag wordt gevraagd. Schuldgevoelens blijven dan in stand omdat het in onze samenleving onmogelijk is in dit opzicht schone handen te houden. Eigenlijk kun je het nooit goed doen. Ook het openbaar vervoer vervuilt de lucht. Het morele appèl is heel belangrijk in milieukwesties. Maar tegelijkertijd moeten mensen ook handvatten krijgen om zich staande te houden in een samenleving die niet op duurzaamheid gericht is.
De structuur van onze samenleving
Mijn vierde opmerking sluit hierop aan. Het is mensen nauwelijks kwalijk te nemen dat ze zich niet milieuvriendelijk gedragen. De schappen in de winkels liggen immers vol met spullen die de natuur schaden en de "goede" spullen zijn bijna altijd duurder. En wie geven het "goede" voorbeeld? Bestuurders van Veilig Verkeer Nederland en van de ANWB, die de bewindslieden oproepen zuinige dienstauto's te kiezen, terwijl ze zelf in Saabs en BMWs rondrijden?
Milieukundigen die de overheid tot meer inspanningen aansporen, maar zelf niet bereid zijn hun autogebruik, hun wasdroger en afwasmachine ter discussie te stellen? Punt is, dat de structuur van de samenleving niet op duurzaamheid is gericht. Onze economie is op continu groeiende consumptie gericht. Ze is zelfs op dit principe gebaseerd. Dat is onze realiteit. Maar het is niet onze enige realiteit. Iedereen geeft de werkelijkheid mede vorm en beïnvloedt daarmee sociale normen en de structuur van de samenleving. We moeten niet lijdzaam afwachten tot de samenleving is veranderd of tot de overheid overstag gaat. Als we dat doen, komt er nooit verandering. Het is een én-én-verhaal: veranderingen zijn nodig in het bewustzijn van mensen (ik, jij, zij), in hun gedrag, in de sociale normen én in de structuur van de samenleving.
Het eigen kompas
Waar het om draait is het ontwikkelen van eigen normen. Het komt erop aan zelf zo stevig in je schoenen te (leren) staan dat je gewoon doorgaat met afval scheiden of wat ook, terwijl je misschien het gevoel hebt dat het niets uitmaakt, of dat anderen je uit staan te lachen wegens je dwaze gedoe. Je doet het toch, omdat jij vindt dat het goed is, omdat het jou eert om het te doen en omdat je het leven daarmee dient. Dit voelt misschien aan als het oproeien tegen de hoofdstroom van de samenleving. Maar als je zo'n criterium voor jezelf ontwikkelt voel je de zuigkracht van de samenleving veel minder.
De rijkdom van soberheid
Misschien helpt het te beseffen dat de norm van steeds maar rijker worden eigenlijk gebaseerd is op een armoede-bewustzijn: het gevoel steeds tekort te komen, nooit genoeg te hebben. In onze samenleving wordt het "minder" van consuminderen daarom zo sterk geassocieerd met armoede, gebrek, zitten kniezen omdat je niet genoeg hebt en met afknijpen. Dat kan gewoon niet leuk zijn. Veel mensen die bewust consuminderen weten wel beter. Consuminderen is voor velen een sport, waar veel lol aan te beleven is. Het maakt een hoop creativiteit los, alleen al omdat je niet terug kunt vallen op vanzelfsprekende gedragspatronen. Kaartjes maken bijvoorbeeld van schitterende foto's uit een oude natuuragenda. Experimenteren met verwarming in huis, met watergebruik, verlichting, noem maar op. Lol, creativiteit, de nieuwsgierigheid van het experimenteren, ze hebben alles met levensenergie te maken die bij consuminderen vrij kan komen.
De meeste economen willen ons doen geloven dat de hele economie en daarmee ook ons leven om schaarste draait. Dat is niet zo. In feite biedt het leven ons enorm veel rijkdom. Dat geldt zeker in onze westerse samenleving. Ook met een uitkering kun je je heel rijk voelen. Dat is geestelijk heel wat gezonder dan rijk zijn en jezelf arm voelen. Rijkdom ervaren in soberheid is dus een kwestie van levenshouding, die je jezelf heel goed kunt aanmeten. Zelf vind ik kamperen altijd zo'n uitgelezen gelegenheid om de betrekkelijkheid van alle rijkdom te ervaren die thuis is opgestapeld. Zo geniet ik ervan om dan met 1 gastankje voor mijn gezin van 4 personen te koken en dat zo efficiënt én zo lekker mogelijk te doen. Eenvoud heeft voor mij op deze manier een zekere elegantie. Ik kan me enorm rijk voelen met een dergelijke eenvoud.
Een leefstijl van soberheid en zuinigheid is in onze tijd vanwege de natuur, maar ook vanwege ons menselijk welbevinden een nieuwe noodzaak geworden. Als je ervoor kiest, doe het dan niet puur uit een gevoel van noodzaak of plicht. Doe het met plezier, doe het met stijl. Dat bevordert je menselijke waardigheid.
Top |