Klik hier voor uitleg over het logo

Bureau Meanders
Werken met perspectief en bewustzijn


 
Artikelen

 

 


 

 

 

 

Kijken door een schone bril. Grondhoudingen in het milieudebat

In: Franciscaans Leven, jrg. 83, nr. 2, Mei 2000, p. 51-61
© Chris Elzinga en Hans Sevenhoven

In het milieudebat ging het begin jaren 70 vooral om problemen van de korte termijn, die te zien en te ruiken waren. Op dat terrein is veel bereikt. Nu zijn complexere zaken aan de orde die op langere termijn spelen. Ze zijn vaak grensoverschrijdend en beïnvloeden elkaar. Het is moeilijker daar een goed beeld van te krijgen. In dit artikel staat echter niet zozeer centraal wat we zien, maar hoe we kijken. Dat bepaalt immers grotendeels wat we zien. Angst, doemdenken en de daarbij passende scenario's blijken in het milieudebat een grote rol te spelen. Ze motiveren mensen ook, vooral op kortere termijn. Daarnaast kunnen ook verontwaardiging, boosheid en zorg mensen tot inzet voor het milieu bewegen en wel op basis van de intuïtie dat er iets fundamenteels van z'n waarde ontdaan wordt. Op de lange termijn zijn wellicht meer vruchten te verwachten van werken aan kwaliteiten als liefde en zachtmoedigheid.

de optimist en de pessimist

Stel een optimist en een pessimist praten samen over de toestand van natuur en milieu. De optimist dicht de natuur een groot weerstandsvermogen toe. Wetenschappers zullen alle milieuproblemen die zich voordoen met behulp van nieuwe technologieën op weten te lossen. Geen paniek! Consumenten en producenten moeten vooral niet teveel in hun mogelijkheden beperkt worden. Laat ieder toch genieten van al het goede dat de toenemende welvaart te bieden heeft. Het ergste dat deze optimist kan overkomen, is het scenario van de gemiste kansen: als de politiek kiest voor allerlei beperkende maatregelen, die achteraf niet nodig blijken. Waren we maar minder voorzichtig geweest, dan hadden we veel meer van alles kunnen profiteren!
De pessimist ziet het allemaal heel anders. De natuur heeft helemaal niet zo'n groot weerstandsvermogen. In de nabije toekomst zijn grote technologische doorbraken nodig om de ineenstorting van natuurlijke evenwichten te keren. Het is zeer de vraag of wetenschappers altijd op het juiste moment het goede antwoord vinden. Het is veel te riskant daar op te rekenen. Daarom zijn allerlei maatregelen nodig die producenten en consumenten desnoods dwingen milieuvriendelijker te handelen. Het scenario van de optimist is de nachtmerrie van de pessimist: de politiek ziet de ernst van de situatie niet in en kiest in het zicht van de ineenstorting voor symptoombestrijding. Als we er op tijd bij waren geweest, hadden we rampen kunnen voorkomen!

Deze polarisatie van standpunten is dagelijks in de krant te vinden. Of het nu gaat om de uitbreiding van Schiphol, de aanleg van de Betuwelijn, gasboren in de Waddenzee, steeds staan de standpunten van de 'optimist' en de 'pessimist' tegenover elkaar. Op de een of andere manier is het moeilijk die standpunten met elkaar te verzoenen. Voor een deel komt dit doordat wetenschappers vaak beide standpunten kunnen onderbouwen. Het rapport 'Perspectives on Global Change ' van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) laat dat heel duidelijk zien: wetenschappers schatten het weerstandsvermogen van de natuur verschillend in. 1 Voor een ander deel wordt de polarisatie veroorzaakt doordat mensen zulke verschillende mens- en maatschappijbeelden gebruiken. Het RIVM-rapport laat dat zien door ons door de bril van verschillende menstypes te laten kijken. 'Individualist' en 'egalitarist' worden ze daar genoemd. 2 De eerste gaat uit van een groot menselijk vermogen om problemen het hoofd te bieden en accepteert en werkt met risico's. De egalitarist is meer op zorg gericht, houdt rekening met negatieve gevolgen van menselijk handelen en vermijdt risico's.

Is de zorg van de pessimist dan overdreven? Is de optimist te onverschillig? Of is een realistische middenweg tussen die twee posities in mogelijk?

verschuivende thema's

Op het eerste gezicht lijkt de zorg van de pessimist overdreven. Sinds het begin van de jaren 70 hebben ons heel wat onheilstijdingen bereikt die niet zijn uitgekomen. Steeds weer nieuwe thema's werden naar voren geschoven om de aandacht van het grote publiek vast te houden. De doemscenario's waar de milieubeweging haar acties regelmatig mee ondersteunde, lijken ons op het verkeerde been gezet te hebben. Is dit verwijt terecht? Zit de milieubeweging vol met 'aartspessimisten', met doemdenkers?

Inderdaad zijn de milieuthema's uit het begin van de jaren 70 niet meer de 'hot items' van tegenwoordig. Toentertijd trok vooral de milieuschade de aandacht die direct zichtbaar of gemakkelijk aantoonbaar was: de vervuiling van water, lucht en bodem. Het was te ruiken, te zien. En als dat niet zo was kon het gebeuren dat letterlijk de bodem onder je huis weggegraven moest worden. De enige uitzondering was de aantasting van de ozonlaag. Die was niet te zien of te ruiken. Toch heeft de politiek hier ongebruikelijk snel gereageerd op alarmerende signalen uit de wetenschappelijke gemeenschap.
Het is de grote verdienste van de opkomende milieubeweging dat ze thema's als verzuring, verontreiniging, vermesting, en afvalverwijdering op de politieke agenda heeft gekregen. Daarbij werd ze gesteund door het eerste rapport van de Club van Rome, ' Grenzen aan de groei ' uit 1972. Dit droeg duchtig bij aan de politieke bewustwording van de ernst en urgentie van de milieuproblematiek. Mede daardoor kwamen haar voorspellingen niet uit.

Sinds die begintijd zijn talloze maatregelen genomen om het tij te keren. Het milieubeleid kreeg vorm en werd zo langzamerhand een vanzelfsprekend deel van het overheidsbeleid. Veel onderwerpen staan niet meer ter discussie. Er wordt gewoon aan gewerkt.
De thema's die tegenwoordig de meeste aandacht vragen zijn echter veel complexer dan voorheen. Ze gaan niet zozeer meer over zaken die je kunt zien of ruiken of die je in je achtertuin tegen komt. De 'hot items' van tegenwoordig gaan over de lange termijn en hebben vaak grensoverschrijdende en cumulatieve effecten. Ze hebben betrekking op de uitstoot van gassen die wereldwijd tot het broeikaseffect leiden; het gedrag van consumenten, die steeds meer energie gebruiken en steeds mobieler worden; de aantasting van de natuur, waardoor de biodiversiteit afneemt. Sommige discussies slepen zich ook eindeloos voort. Het Schiphol-debat bijvoorbeeld is zo ingewikkeld omdat de milieueffecten zo divers en de economische belangen van uitbreiding zo groot zijn. Bovendien vinden de meeste mensen het avontuurlijk om te vliegen. Zulke tegengestelde belangen zijn niet eenvoudig met elkaar de verzoenen.
In onze samenleving is het de rol van de milieubeweging waar nodig de alarmbel te luiden. Als een horzel alarmeert ze voortdurend de politiek. Tegelijkertijd is het een ondankbare rol omdat ze zo het imago van 'aartspessimisten' heeft verworven. Daarmee zijn haar leden echter nog geen doemdenkers. Doemdenkers hebben de hoop verloren dat ontwikkelingen nog ten goede gekeerd kunnen worden. 'Milieumensen' zijn eerder 'egalitaristen': ze zien grote risico's en hebben zorg voor de toekomst. Die willen ze veilig stellen voor het leven dat na ons komt.

Als de toestand van de natuur zo afhangt van onze manier van kijken en van de rol die we in de samenleving spelen, hoe kunnen we dan de toestand van het milieu beoordelen? Laten we eens zien wat het RIVM als relatief objectief milieuplanbureau van de regering daar over te zeggen heeft.

goed nieuws

Jaarlijks geeft het RIVM een Milieubalans uit. Niet eerder hebben we zoveel goed nieuws gelezen als in de Milieubalans voor 1999. 3 Een heleboel milieuschade neemt af. In sommige gevallen gaat dat snel, in andere langzamer dan gehoopt. Ondanks de economische groei is de milieukwaliteit in Nederland de laatste jaren verbeterd. Het overheidsbeleid werpt z'n vruchten af. De meeste vooruitgang is geboekt op thema's die in de jaren 70 voor het eerst zijn onderkend. Een paar voorbeelden: de industrie en de energievoorziening vervuilen aanzienlijk minder dan voorheen. Er wordt veel minder afval gestort. De verzuring neemt af, evenals de verdroging van natuurgebieden. Veel minder zware metalen komen in het water terecht. De vermesting van de bodem door stoffen uit de lucht neemt af. De volksgezondheid is verbeterd doordat er minder giftige en zwavelhoudende stoffen in de lucht terechtkomen.
Zoals gezegd zijn de effecten niet altijd direct waarneembaar. Het oppervlaktewater wordt veel minder verontreinigd door lozingen. Toch komen nog veel zware metalen in het water voor. Die zijn afkomstig uit in het verleden verontreinigde onderliggende sedimenten. Dit doet echter niets af aan het feit dat de algehele milieusituatie in Nederland verbetert.

De rol van de overheid is in dit proces cruciaal geweest en is dat nog. Tegenwoordig staat die rol ter discussie omdat alom getwijfeld wordt aan de mogelijkheid en zelfs wenselijkheid om sturing te geven aan maatschappelijke ontwikkelingen. De samenleving is niet maakbaar zoals dat in het begin van de jaren 70 nog werd gedacht. De kritiek op het idee van een maakbare - lees: een beheersbare en controleerbare - samenleving, is terecht. 4 Maar daarmee hoeft de overheid zich nog niet te beperken tot de bescheiden rol van bemiddelaar in maatschappelijke debatten. Het milieubeleid, zoals dat sinds het begin van de jaren 70 vorm heeft gekregen, heeft de milieukwaliteit in ons land onmiskenbaar positief beïnvloed. Het is een beleid dat verschil maakt. Dit toont aan dat de overheid wel degelijk kan sturen, zeker waar marktpartijen alléén daar niet toe bereid of toe in staat zijn. Dan is het ook gewenst dat ze stuurt.

slecht nieuws

Naast goed nieuws bevat het RIVM-rapport ook slecht nieuws. Dat bestaat vooral uit hardnekkige problemen waar niet zomaar technische oplossingen voor beschikbaar zijn. De uitstoot van broeikasgassen bijvoorbeeld neemt nog steeds toe, hoewel minder snel dan de economische groei. Technici bedenken van alles om deze gassen op te vangen, maar hebben nog geen werkbare oplossing gevonden. Het probleem wordt steeds groter omdat onze economie steeds energie-intensiever wordt en elders (met name in sommige Derde Wereldlanden zoals China) het energieverbruik drastisch toeneemt.
Ander slecht nieuws is dat consumenten steeds meer energie verbruiken, meer ruimte in beslag nemen en steeds mobieler worden. Dat is het resultaat van een toenemende welvaart. Daarnaast gaat de achteruitgang van de natuur nog steeds door, vooral door verdwijning en versnippering van natuurgebieden, door verzuring, opname door de bodem van stikstof uit de lucht, verdroging en vergiftiging. De achteruitgang gaat alleen niet meer in zo'n snel tempo als voorheen.
Ook in de landbouw zijn de problemen nog lang niet onder controle. Vooral de mestproblematiek is hardnekkig: de ammoniakuitstoot blijkt hoger te zijn dan gedacht. Het gebied waar de bodem verzadigd is met fosfaat blijft toenemen. Er zit te veel nitraat in het grondwater onder landbouwgronden in het zuiden en oosten van het land. Bovendien neemt het gebruik van bestrijdingsmiddelen sinds enige tijd weer toe. Deze problemen hebben te maken met de structuur van onze landbouw. Die laat zich na enkele decennia van intensivering niet zomaar aanpassen. Dat is een moeizaam en pijnlijk proces.

Verder wijst het RIVM op enkele nieuwe of sluimerende problemen. Zonnebaden blijft de komende decennia niet zonder risico's zolang de ozonlaag zich onvoldoende heeft hersteld. Jaarlijks worden nieuwe stoffen en genetisch gemanipuleerde organismen ontwikkeld, waarvan de effecten op mens en milieu nauwelijks bekend zijn. Dit vergt een uitermate kritische beoordeling. Vervuiling, waterschaarste, bodemerosie en voortgaande verkleining van natuurgebieden blijven wereldwijd belangrijke problemen. Ze zullen zeker de komende decennia hun invloed doen gelden. Vooral in de overbevolkte steden en in een groot aantal riviergebieden in de Derde Wereldlanden zijn de milieuproblemen gigantisch, omdat daar milieu-, bevolkings- en ontwikkelingsproblemen samenkomen . 5

balans opmaken

We hebben hierboven doelbewust zowel het goede als het slechte nieuws ongeveer evenveel aandacht gegeven. Het is zo gemakkelijk de nadruk op één van beide kanten te leggen. Zowel de optimist als de pessimist kunnen hun vooroordelen gemakkelijk bevestigd zien: "zie je wel, het valt reuze mee/volstrekt niet mee". Als we echter beide kanten in beschouwing nemen, kunnen we dan een soort balans opmaken of blijven we hangen in een goed bedoelde waardering voor elkaars standpunten?

Allereerst is het belangrijk te bedenken dat bovenstaande opsomming van goed en slecht nieuws ònze weergave is van een werkelijkheid zoals wij die als auteurs zien. Daarbij hebben we ons gebaseerd op een selectie van onderwerpen die het RIVM heeft gemaakt en die ze op een bepaalde manier heeft bemeten. 6 Er bestaat in deze complexe werkelijkheid echter niet zoiets als één juiste voorstelling van zaken. Ieder van ons zal het met dit soort gegevens en (re-)presentaties moeten doen. We zijn voor een groot deel afhankelijk van wat anderen ons vertellen. We kunnen dat hoogstens met een kritische houding bekijken en geen genoegen nemen met het eerste het beste gerucht dat ons ter ore komt.
Wel kunnen we onze eigen bril, waarmee we de werkelijkheid interpreteren, zo schoon mogelijk maken. Het is belangrijk onze oordeelsvorming te scherpen door ons bewust te zijn a) van onze reacties op het goede en het slechte nieuws en b) van de manier waarop onze reacties vervolgens onze waarneming kleuren. Het gaat dan niet in de eerste plaats om wat we zien, maar om hoe we kijken. Dat bepaalt grotendeels wat we zien.

Hoe kijken we? Wellicht geeft het antwoord hierop enig zicht op de achtergrond van ons optimisme dan wel pessimisme, of van onze positie als egalitarist dan wel individualist of hoe we onze houding ook willen typeren.

angst als grondhouding

In het milieudebat wordt heel vaak gekeken vanuit een houding van angst . Het is een angst voor een onzekere toekomst, waarin het mis dreigt te gaan met de natuur, onze bestaansbasis. Ons bestaan en dat van ons nageslacht lijkt direct gevaar te lopen. Waar zo'n toekomst in scenario's wordt geschetst spreken we van doemscenario's. We komen ze regelmatig tegen in de milieubeweging en ze blijken daar een strategisch belang te dienen. Theo Wams (toenmalig inhoudelijk coördinator van de Vereniging Milieudefensie) verwoordde het in 1996 zo: "In zekere zin zijn doemscenario's de meest basale drijfveer van de milieubeweging. De zorg over wat er allemaal kan of zal misgaan als we niets veranderen aan ons gedrag en beleid drijft mensen om milieuactief te zijn. ( ¼ ) Een groot dilemma waar de milieubeweging de komende jaren voor staat is hierbij dat doemscenario's en conflicten een krachtiger motor voor maatschappelijke verandering lijken te zijn dan aanlokkelijke alternatieven en successtories". 7
Theo Wams zelf erkent al, dat deze strategie riskant is. Van negatief geformuleerde visies is bekend dat die alleen op korte termijn effect hebben. Ze weten mensen slechts korte tijd te mobiliseren. Als de dreiging te ver in de toekomst komt (of blijkt) te liggen verslapt spoedig de publieke en politieke aandacht. De enige strategie die dan overblijft is steeds weer nieuwe bedreigingen te presenteren om mensen zo van de ernst van de situatie te doordringen en ze in beweging te houden. Een ander nadeel van dergelijke visies is, dat ze enorm veel energie op verdedigen richten in plaats van op opbouwen van iets nieuws. Ze appelleren op angst in plaats van op vertrouwen en creativiteit. 8

agressiviteit en apathie

Als angst de bril is waarmee het goede en slechte nieuws over het milieu wordt beoordeeld, kan dit verschillende houdingen met zich mee brengen. Angst leidt in het debat gemakkelijk tot een zekere agressiviteit naar anders denkenden. Dat komt vooral omdat die anders denkenden een deel van de werkelijkheid vertegenwoordigen, die angst inboezemt. De gemakkelijkste manier om daar mee om te gaan is die voorstelling te ontkennen en de ander als tegenpartij te bestempelen. In de Schiphol-discussie was en is dat heel goed te zien. Voorstanders van de uitbreidingsplannen bagatelliseren de milieuschade uit angst dat de economische groei vermindert wanneer de tegenstanders hun zin zouden krijgen. Nederland zou het Jutland van Europa worden: een achtergebleven gebied zonder economisch potentieel, een land van gemiste kansen. Tegenstanders doen het omgekeerde. Zij bagatelliseren het economische belang uit angst dat de kwaliteit van hun leefwereld teniet wordt gedaan. In zo'n situatie van wij tegenover zij is een open gesprek nauwelijks meer mogelijk.
Overigens maakt dit voorbeeld duidelijk dat angst evenzeer bij pessimisten als bij optimisten een rol speelt. Angst is dus niet het monopolie van pessimisten!

Angst kan ook tot een tegengestelde houding leiden: apathie. Als mensen te vaak geconfronteerd worden met doemscenario's terwijl ze zelf geen invloed op de ontwikkelingen uit kunnen oefenen, is apathie een vorm van zelfbehoud, die het leven leefbaar maakt. Het werkt als een soort verdoving. De ernst van de zaak kan niet meer door dringen. Die is te erg om onder ogen te zien. Dikwijls dringt goed nieuws dan ook niet meer door. Wat maakt het immers allemaal nog uit. Hier is geen plaats meer voor optimisme, noch voor pessimisme.
Dit soort reacties komt veel voor bij mensen die jarenlang in de milieubeweging actief zijn geweest. Ze zijn moegestreden. Hooggestemde verwachtingen zijn niet uitgekomen. Het resultaat van de eigen inzet lijkt zo marginaal in het licht van de wereldwijde problemen. Het enige wat nog rest is zich terug te trekken op het privé-bestaan.

Als angst niet gethematiseerd wordt en daardoor onbewust blijft, laat ze zich gemakkelijk manipuleren. Mensen worden dan verleid zich aan te sluiten bij het kamp van de voor- of tegenstanders. Er ontstaat een sfeer waarin het gesprek nauwelijks meer kans krijgt. Onbewuste angst wordt vaak nog versterkt wanneer onvoldoende openheid van zaken wordt gegeven. Dit voedt op zijn beurt weer wantrouwen. Waar dit toe leidt is regelmatig te zien tijdens hoorzittingen rond allerlei grote projecten en maatregelen die de overheid voorbereidt (Schiphol, Betuwelijn, inkrimping van de veestapel e.d.).
Leven in angst doet mensen geen goed, het verkrampt ze. Ze zijn niet goed meer afgestemd op hun omgeving. Het is een soort vervuiling van ons interne milieu. Als we werkelijk milieubewust bezig willen zijn in deze wereld, zullen we daarom de angst in onszelf moeten onderkennen en uitzuiveren.

verontwaardiging, boosheid en zorg

Verontwaardiging, boosheid en zorg kunnen ook onze manier van kijken bepalen. Deze houdingen zijn gebaseerd op de intuïtie dat er iets fundamenteel geschaad wordt dat in zichzelf waardevol is. Iets wordt van z'n waarde ontdaan. Waar deze houdingen een rol spelen zijn we dikwijls in ons hart geraakt. Het gaat ons ter harte.
Dit element zit ook in het citaat van Theo Wams: daar staat zorg naast angst. Daarom willen we zijn strategie niet simpel als doemdenken terzijde schuiven. We denken dat bij de milieubeweging echte zorg aanwezig is voor het waardevolle dat beschadigd wordt.

Het gaat om een delicaat evenwicht. Verontwaardiging en boosheid zijn emoties die gemakkelijk door kunnen slaan naar agressie die het gesprek smoort. Dit gebeurt wanneer de ander wordt afgeschilderd als tegenstander die bestreden moet worden (in plaats van zijn ideeën). Het is een grote opgave emoties zoals verontwaardiging en boosheid volledig in onszelf op te nemen, volledig te ervaren, om vervolgens de energie, de alertheid van die emoties in te zetten in een open gesprek. Ze bevatten een enorm reservoir aan creatieve energie die ook scheppend en constructief ingezet kan worden. Openheid wordt onmogelijk waar mensen met hun emoties op de loop gaan door zichzelf als de verdedigers van het goede en de anderen als vertegenwoordigers van het kwade af te schilderen.
Natuurlijk speelt in dit soort situaties vaak macht en onmacht een rol. Je kunt je enorm machteloos voelen wanneer de ander (de tegenpartij) vanuit macht eigen belangen nastreeft met schadelijke gevolgen voor de natuur. De enige mogelijkheid is volgens ons het gesprek open te houden en de ander niet vanuit een vijand-denken tegemoet te treden. Pas dan kan die ander iets van je eigen geraakt zijn opmerken en wellicht in diens eigen bestaan herkennen. Zo'n vonk kan alleen overslaan als er merkbaar ruimte is voor de eigenheid van de ander.

Ook bij zorg voor de natuur is sprake van een delicaat evenwicht. Vanuit een echt geraakt zijn door de schade die de natuur wordt aangedaan kan zorg doorschieten naar betutteling. 9 Dan werken we vanuit het idee dat wij mensen weten wat goed is voor de natuur. Vanuit dat soort zorg wordt natuur in reservaten opgesloten. Mensen worden in die optiek storende elementen die er niet in thuis horen. Het zijn vijanden van de natuur. Zorg doet zo openheid teniet. Allereerst door mensen te verhinderen zich in de natuur te begeven en daar geraakt te worden door het eigen waardige van de natuur. Maar ook door de wereld buiten de reservaten als 'woestijn' te bestempelen. Dan is er geen oog meer voor de 'gewone' natuur langs de kant van de weg, in onze tuin, voor de aarde waar onze steden op gebouwd zijn en voor de grond onder onze voeten.

liefde en zachtmoedigheid

Het leven van Franciscus is er een voorbeeld van hoe een heldere kijk op de werkelijkheid en een open gesprek samen kunnen gaan. Franciscus wilde zich niet laten bepalen door negatieve en destructieve woorden en daden. Hij streefde ernaar daar positieve en opbouwende handelingen tegenover te stellen, 10 om niet in een vicieuze cirkel van strijd en geweld verstrikt te raken. Hij droeg er zorg voor zijn positieve en creatieve impulsen niet daarin op te laten branden. Hij stelde gewoon een daad vanuit zijn eigen bewogenheid en zijn intimiteit met de wereld om zich heen. Zo vond hij een weg om juist in spannende omstandigheden, wanneer er een geladen sfeer heerste, anderen zachtmoedig en liefdevol tegemoet te treden. Zo kon hij in gesprek komen met mensen die op het eerste oog aan de andere kant leken te staan - zoals in zijn ontmoeting met Sultan al Malek al Kamel.
Zachtmoedigheid en liefde, het zijn kwaliteiten die cruciaal waren in de bijzondere ontmoetingen die Franciscus werden gegeven. Het zijn juist die kwaliteiten die het ons mogelijk maken ons niet voor anderen af te sluiten. Zachtmoedigheid naar binnen toe tempert onze drang om koste wat kost gelijk te krijgen. Naar buiten toe tempert het de neiging anderen als vijanden te gaan beschouwen. Let wel, zachtmoedigheid is geen grondhouding die alles met de mantel der liefde bedekt. Zachtmoedigheid veegt onze bril schoon en maakt zo juist ruimte voor heldere en uitermate scherpe diagnoses van de wijze waarop de natuur wordt aangetast. Zachtmoedigheid geeft de heldere blik die nodig is om te onderscheiden waar ontwikkelingskansen liggen.

Een eigentijds voorbeeld is te vinden in het tweede rapport van de Club van Rome, De grenzen voorbij uit 1991. 11 In het laatste hoofdstuk constateren de auteurs dat tot nu toe vrijwel alle veranderingen door het bestaande politiek-economische systeem zijn geneutraliseerd. Na deze somber stemmende diagnose wijzen ze vijf middelen aan die behulpzaam kunnen zijn om de principes van duurzaamheid in onze samenleving te verankeren. Ze raden het volgende aan:
· vorm beelden van een toekomst zoals je die werkelijk wilt (ofwel: bouw aan positieve visies);
· maak netwerken, om informatie en ideeën uit te wisselen, en om elkaar aan te moedigen;
· spreek de waarheid, laat die horen;
· ontwikkel vaardigheden om te leren, zodat je niet meer zo afhankelijk bent van deskundigen;
· en ' last but not least ': heb lief.
"Heb lief". Dat klinkt opmerkelijk in een boek dat heel rationeel analytisch is geschreven. De toekomstbeelden die in scenario's worden doorgerekend geven alle aanleiding om angstig te worden, in verzet te komen, of apathisch te worden. Toch is dat niet de houding van waaruit de auteurs de werkelijkheid tegemoet willen treden. "Heb lief" vormt voor hen blijkbaar een bodem waarop cynisme geen wortel kan schieten. Of in hun eigen woorden: "Toon begrip en gevoel voor het onvermijdelijke verzet. In ieder van ons schuilt enig verzet. Ieder van ons houdt enigszins vast aan de oude werkwijzen van een niet-duurzame wereld. Zorg dat de nieuwe wereld er voor iedereen is. Iedereen zal nodig zijn. Probeer de beste gevoelens in jezelf en anderen te vinden en vertrouw daarop. Beluister het cynisme rondom en heb mededogen met wie erin geloven, maar geloof er zelf niet in." 12


Noten
1) Zie Rotmans, J. en B. de Vries (ed.), Perspectives on Global Change. The TARGETS Approach , Cambridge, 1997. De schrijvers hebben diverse wetenschappelijke inzichten en diverse politieke strategieën in modelvorm samengevoegd. Ze laten daarin zien dat optimisme en pessimisme evenzeer onder wetenschappers als onder politici voorkomt.
2) Dit zijn twee types die zijn afgeleid uit de cultuurtheorie. Naast de egalitarist en de individualist onderscheidt het rapport de hiërarchist (die vertrouwt op de regelende overheid), de fatalist en de kluizenaar. De laatste twee worden in het RIVM-rapport niet gebruikt. De hiërarchist neemt een positie in tussen de egalitarist en de individualist en dient als een soort referentiepunt voor beide. Zie Rotmans en De Vries, 1997, 215-219.
3) RIVM, Milieubalans 99. Het Nederlandse milieu verklaard , Alphen aan den Rijn 1999
4) Zie ook A. Jansen, Franciscus: een verhaal voor de eenentwintigste eeuw?, in: FL 82 (1999) nr. 5, 209-219.
5) China bijvoorbeeld behoort op dit moment tot de landen met de meeste vervuiling.
6) Daar is kort geleden ook kritiek op geweest: dat het RIVM teveel uitgaat van computermodellen en te weinig controleert of de resultaten van die modellen overeenkomen met metingen in het veld.
7) In: Milieudefensie , nov./dec. 1996. Het citaat is ook te vinden in het NCDO-rapport: K. Waagmeester (red.), Houdbare economie. Kroniek van duurzaam Nederland , Amsterdam 1997.
8) P.M. Senge, De vijfde discipline. De kunst & praktijk van de lerende organisatie , Schiedam 1992 (oorspronkelijke uitgave 1990), 218-219. Senge beschrijft hierin hoe visie doorwerken in organisaties.
9) Elzinga, C., C. Hogenhuis, Intimiteit met de natuur, een poging tot verzoening, in: C. Elzinga en C. Hogenhuis (red.), Grond onder onze voeten. Duurzame welvaart, christelijke spiritualiteit en intimiteit met de natuur , Kampen 2000
10) Reg. Nb. 17,19
11) D.H. Meadows, D.L. Meadows, J. Randers, De grenzen voorbij. Een wereldwijde catastrofe of een duurzame wereld , Utrecht 1992 (oorspronkelijke druk 1991), 237-252.
12) Meadows e.a. 1992, 250.

Top

Bureau Meanders
Koppestokstraat 63, 2014 AN Haarlem
tel. +31 (0)23 5247542, +31 (0)6 15474998