Klik hier voor uitleg over het logo

Bureau Meanders
Werken met perspectief en bewustzijn


 
Artikelen

 

 


 

 

 

 

Ego in het licht gesteld

In: Franciscaans Leven, jrg. 85, nr. 4, Augustus 2002
© Chris Elzinga

Wanneer je weet hoe ego functioneert dan ben je in staat uit dat vanzelfsprekende patroon van 'actie = reactie' te stappen. Allerlei gebeurtenissen, de oordelen van anderen, wat anderen je aandoen, hebben geen grip meer op je. Je voelt wel allerlei emoties, angsten etc., maar je voelt je tegelijkertijd niet meer zo aangevallen. Emoties worden ervaarbaar als een heftige energie die bij je binnenkomt en die jou ook weer verlaat. En je ervaart wellicht vooral 'schrijnend' hoe de ander zijn eigen ziel verstikt en uit onwetendheid zichzelf schaadt. Vanuit dat besef hoef je niet meer met hardheid te reageren, maar vormt mededogen en zachtmoedigheid de bedding voor je antwoord. Dat kan evengoed boosheid zijn, maar de grond daarvoor is anders dan voorheen.
En dan nog, ook al is het boosheid van je gekrenkte 'ik', als je je dat bewust wordt kun je díe ervaring met zachtmoedigheid tegemoet treden. Dat geldt ook voor als je je schuldig voelt over je boosheid of voor de pijn die daarmee gepaard gaat. Elke ervaring, hoe moeilijk het ook is om die onder ogen te zien, kun je zo in het daglicht stellen en met mededogen omarmen.

"Actie is reactie", zo leerde ik tijdens een van mijn eerste lessen natuurkunde. Dat was een universele natuurwet. Zo werd het in ieder geval gepresenteerd. En inderdaad bleek de werking van deze 'wet' niet alleen zichtbaar in de materie, maar ook in het menselijk handelen. Mensen lijken vrijwel altijd instinctief en automatisch te reageren op wat hen overkomt.
Boeddhistische teksten beschrijven drie typerende reactiepatronen. Als mij iets overkomt kan ik me terug trekken in apathie, zo van: "Het heeft allemaal geen zin, ik kan toch niets doen". Ik kan agressief worden en terug gaan slaan: "Ik zal ze eens een lesje leren, mij krijgen ze er niet onder". Of ik kan de situatie naar me toetrekken , bijvoorbeeld door me te wentelen in mijn slachtofferrol: "Ach arme ik, zie mij eens, wat mij nu weer is aangedaan". Het zijn typerende reacties, die haast als vanzelfsprekend in ons allemaal op schijnen te komen. Maar zijn ze daarmee onvermijdelijk? Is er een manier om daar anders mee om te gaan? En wat brengt ons dat?

Dit thema van de vanzelfsprekende reactiepatronen komt in vrijwel alle Vermaningen van Franciscus terug. Voor mij komt de kern van zijn boodschap heel helder naar voren in de 5 e Vermaning. Daarin zegt hij eigenlijk: Als je je zo laat meeslepen door je eigen automatische reacties, dan handel je niet naar je ware aard. En die aard is: "beeld te worden naar Zijn geliefde Zoon naar het lichaam en tot een gelijkenis naar de geest". Volgens Franciscus houden je automatische reacties je af van wie je werkelijk bent, van je wezen, je essentie.

Waarschuwing tegen ´ik-zucht´

Maar waarom reageren wij mensen zo vanzelfsprekend vanuit een soort automatisme en waarom versluieren die reacties ons wezen? Wat heeft Franciscus daarover te zeggen?
Voor mij vormt 'persoonlijkheid' of 'ego' het sleutelwoord bij het beantwoorden van die vraag. De teksten van Franciscus zijn voor mij pas echt gaan leven toen ik ontdekte dat hij het steeds heeft over de noodzaak het 'ego' of 'het harnas van de persoonlijkheid' los te laten. Natuurlijk gebruikte hij daar andere woorden voor, zoals 'lichaam', of 'ik-zucht'. André Jansen zet in zijn bijdrage helder uiteen dat de term 'lichaam' verstaan moet worden in het licht van de broosheid van het bestaan, en verbonden is met angst voor de dood. Een heleboel reacties van mensen komen in wezen uit die angst voort en zijn bedoeld om het eigen voortbestaan veilig te stellen. Ik wil daar graag op voortborduren.

De structuur van ´ego´, van de persoonlijkheid

Je kunt op een heleboel verschillende manieren tegen 'ego' of 'persoonlijkheid' aankijken. Een manier is te kijken naar het ontstaan ervan. De westerse psychologie gaat ervan uit dat ieders persoonlijkheid in de jeugd vorm krijgt als een soort overlevingsstrategie. Het is in essentie een middel om geen pijn te voelen. De pijn bijvoorbeeld die je als kind ervaart wanneer je ouders je niet in je diepste wezen herkennen. Of de pijn die je voelt wanneer je diepste verlangens of behoeften niet vervuld worden. Je grootste angst is die pijn te voelen, want onbewust ga je ervan uit dat je die pijn niet kunt verdragen. Die pijn betekent in zekere zin je dood. Dat is wat je vreest.

Persoonlijkheid als 'ego' wordt in spirituele tradities ook wel aangeduid met woorden als 'masker', 'harnas', 'cocon'. Het is een soort schil om je heen waardoor je je als het ware af probeert te schermen van de wereld. Je creëert een veilig plekje. Maar vanuit dat plekje kun je de wereld niet meer zo goed zien zoals die is, kun je niet zo goed meer voelen. Want juist dat voelen was te pijnlijk. 'Ego' heeft daarom iets hards en afgeslotens. Je kunt dat herkennen aan de vooroordelen die in je zijn ontstaan, zo van: "Zie je wel, hij doet het weer", of "Het gaat altijd zo, ze moeten mij altijd hebben". Binnen de cocon vergeet je langzaam maar zeker wat het is om open te zijn en kwetsbaar. Niet alleen voor andere mensen, maar ook en misschien vooral wel voor jezelf. Want om de pijn niet te hoeven voelen, heb je ook een stuk van jezelf weggedrukt, waar je geen contact meer mee hebt.
Binnen dat veilige plekje van onze cocon zijn we het centrum van de wereld geworden waar alles om draait. Dat is de bron van 'ik-zucht' waar Franciscus het over heeft. We leven in ons zelf geschapen koninkrijk en we zullen dat tegen elke prijs en tot het uiterste verdedigen.

'Ego' is herkenbaar in de eindeloze gedachtestroom die door ons heen gaat: het eindeloze commentaar op wat ons of anderen overkomt. Onze interne monologen waarin we onszelf rechtvaardigen voor ons gedrag. Of waarin we onszelf onderuit halen, onszelf waardeloos vinden. Ze is ook herkenbaar in onze emoties. Die laaien juist zo sterk op omdat we ons aangevallen voelen. Er rinkelen dan allerlei alarmbellen en de wereld lijkt één grote angstaanjagende bedreiging. We slaan van ons af, vluchten weg of proberen het gevaar te neutraliseren door het op te slokken. Herkenbaar en voelbaar is 'ego' vooral ook door wat emoties energetisch met ons doen wanneer we ons bedreigd voelen: de pijn in de schouders of in de nek; de verkramping in de buik; een hevig kloppend hart; bloed dat door de aderen spuit alsof je een marathon aan het lopen bent; het gevoel je schrap te zetten, etc.
Zien vanuit 'ego' is eigenlijk kijken door een filter van fantasieën . Je ziet de wereld zoals je die denkt te kennen: "Zie je wel, het lukt me gewoon niet, ik ben niet goed genoeg en bovendoen moeten zij me gewoon niet". Als je daarin gelooft, zal het nooit lukken te realiseren wat je eigenlijk wilt.

Die drang om je eigen bestaan zeker te stellen kent heel veel verschillende uitingsvormen . Franciscus noemt er heel wat in zijn Vermaningen. Hij waarschuwt veelvuldig voor de drang naar bezit, macht, lust en status. Als je veel bezit, dan ben je écht iemand: je wordt gezien, anderen kijken tegen je op. Dan weet je zeker dat je bestaat en is je bestaan veilig gesteld. Maar uiteindelijk is dat een hol gevoel, omdat het alleen maar iets over je buitenkant zegt. Het zegt niets over wie je in wezen bent. Dát is pas écht van belang. Daarom zegt Franciscus ook in zijn 5 e Vermaning dat kennis er niet toe doet. Kennis, macht, bezit etc. zijn geen criteria voor wat het is een goed mens te zijn.
Zo ook waarschuwt hij tegen opgewonden en kwaad worden, wanneer dat niet uit liefde voortkomt (Verm. 11 en 14). Wanneer we bijvoorbeeld met onze lange tenen overgevoelig reageren en om ons heen gaan slaan, omdat we ons bedreigd voelen. Vaak zit ons dan het filter van fantasieën dwars, waardoor we de situatie niet meer helder kunnen waarnemen. We zien overal bedreigingen. Iemand hoeft maar iets te zeggen en de hele warwinkel van vooroordelen wordt geactiveerd, met alle emoties en pijnlijke herinneringen van dien.
Roddelen, praten over het leed van een ander, is ook zo'n vorm waarmee we ego voeden. We kunnen daarin de op onszelf gerichte gedachtestroom onbelemmerd z'n gang laten gaan. Daarmee poetsen we het beeld dat we van onszelf hebben op, ten koste van anderen.

Loslaten van ego?

Nog een ding hierover. Sommige mensen zeggen dat je een sterk ego nodig hebt om je ego los te kunnen laten. Dat lijkt een paradox. Maar 'ego' wordt hier in twee betekenissen gebruikt. 1)
Het eerste 'ego' is de persoonlijkheid zoals we die in de westerse psychologie kennen. Het is het centrum in je, dat alle gedachten, gevoelens e.d. lijkt te coördineren en daar samenhang in lijkt aan te brengen. Dat geeft je het gevoel iemand te zijn, een geheel te zijn. Dat gevoel geeft je ook ruggengraat, een gevoel van ondersteuning. Het geeft je de mogelijkheid je in deze wereld staande te houden. Daar is de vorming van je persoonlijkheid in je jeugd ook voor bedoeld geweest: als een bescherming zodat je voort kunt leven. In dat opzicht mogen we ook heel dankbaar zijn voor de rol die onze persoonlijkheid in ons leven en met name in onze jeugd heeft gespeeld.
In spirituele tradities wordt 'ego' vaak in een andere betekenis gebruikt, nl. van masker, harnas of cocon. Je moet inderdaad stevig in je schoenen staan om dat 'ego' los te kunnen laten. Er is moed voor nodig om het beschermende gevoel van je cocon te verlaten, om het gevoel los te laten dat je je voortdurend moet verdedigen. Er is moed voor nodig pijn, angst, boosheid etc. te voelen zoals die zich in je voordoen, zonder ze te ontkennen, ervoor weg te vluchten of erin te gaan zwelgen. Maar als je in staat bent door die pijn, angst, boosheid heen te gaan, zul je merken dat je de wereld zonder 'ik-zucht' tegemoet kunt treden. En zul je kunnen ervaren wie je in essentie bent.
In dat opzicht is de boodschap van vrijwel alle spirituele tradities gelijkluidend: ego is een soort harnas dat je spirituele ontplooiing in de weg staat. Daarom is inzicht in het ontstaan en het functioneren van ego ook zo belangrijk op je spirituele pad. 2)

Het mechanisme van projectie: beweging van binnen naar buiten

Na dit alles gezegd te hebben, wat zegt Franciscus in de 10 e Vermaning over het loslaten van ego? Hij opent direct en onomwonden met een diagnose:

1. Veel mensen die zondigen of onrecht ondergaan
geven vaak de vijand of de naaste de schuld

Anderen de schuld geven van wat je zelf aan kwaad doet wordt in de psychologie 'projectie' genoemd. We kennen dat in het gezegde van de splinter in het oog van de ander zien, maar de balk in ons eigen oog niet opmerken. Projectie is een verdediging om het eigen kwaad of de eigen onvolkomenheden of de eigen angsten niet te hoeven erkennen. omdat dat te pijnlijk is om te zien. Het is dus een strategie om die pijn niet te hoeven voelen.
Het ondergaan van onrecht schaart Franciscus onder dezelfde noemer. Toch lijkt dat in onze beleving iets heel anders te zijn. Als jou onrecht wordt aangedaan is de ander toch schuldig? Franciscus lijkt hier te waarschuwen met de vraag: van waaruit beschuldig je de ander? Is dat om je gevoelens van wraak of boosheid ruimte te kunnen geven, om je eigen agressie te kunnen luchten? Is het een alibi om kwaad met kwaad te vergelden? Of kun je met de ander om blijven gaan vanuit liefde, zoals hij ons in de 11 e Vermaning voorhoudt. Dat lijkt de grote opgave te zijn: om niet vanuit gekwetste gevoelens van ego te reageren, maar vanuit liefde voor de ander.Aan boosheid of kwaadheid mankeert niets, als het voortkomt uit liefde voor de ander. Franciscus herhaalt dat in allerlei toonaarden.

Omkering: de weg van buiten naar binnen

Franciscus doorziet het mechanisme van de projectie en keert de richting van de beweging om. Hij wijst naar binnen en nodigt ons uit te kijken naar waar ons eigen kwaad zit, onze eigen ongevoeligheid, de hardheid van ego.

2. Maar dat is niet zo:
iedereen heeft zelf de vijand in zijn macht,
de ik-zucht namelijk, de bron van zonde.

Maar is die ik-zucht zoals Franciscus het noemt, wel onze vijand? En hebben we die wel in onze macht?
Onze persoonlijkheid als ego lijkt op het eerste gezicht een vijand, die ons allerlei kwaad laat doen. We voelen ons soms domweg ontoerekeningsvatbaar, wanneer we dingen doen die we eigenlijk helemaal niet willen doen. We voelen ons dan vervreemd van onszelf.
Zelf ben ik niet geneigd ego als vijand te beschouwen. Die is evengoed expressie van wie ik ben, van mijn wanhopige ziel zou ik zeggen. Het is het beste wat ik in mijn jeugd heb kunnen bedenken om te overleven. Als zodanig mag ik daar dankbaar voor zijn. Dat ego hoort ook helemaal bij mij, inclusief de ik-zucht waar Franciscus het over heeft. Het is als het ware de gestolde vorm die mijn ziel heeft aangenomen onder druk van de omstandigheden waarin in verkeerde.

Alleen, ik hoef me daar niet meer door te laten leiden. Daar gaan bijna alle Vermaningen over. En dat is een hele troost: dat ik niet voortdurend op m'n hoede hoef te zijn of mezelf hoef te verdedigen. Deze aarde is een goede plek om te wonen. Mijn geest kan en mag zich eindelijk ontspannen. Een van mijn leraren zei eens: "Het gaat erom de moed te ontwikkelen zonder harnas het leven tegemoet te treden". Volkomen open.

Zachtmoedigheid en openheid

Ik hoef me dus niet door 'ego' te laten leiden, maar heb ik het daarmee in mijn macht? En hoe doorbreek ik mijn pantser?
Dat doorbreken is niet eenvoudig. De meesten van ons hebben dat niet in onze opvoeding meegekregen. Ook binnen spirituele bewegingen is niet altijd een taal ontwikkeld waarmee naar ego-structuren gekeken kan worden en waarmee ego-gevoeligheden opgelost kunnen worden. Dat geldt naar mijn idee ook voor de Franciscaanse Beweging.
Het antwoord van Franciscus lijkt eenvoudig: sluit ego op als een gevangene. Kijk er goed voor uit. Heb op tijd door wat er gebeurt:

3. Gelukkig daarom de dienaar
die zo´n vijand, die in zijn macht is overgeleverd,
altijd gevangen houdt
en als een wijs mens goed voor hem uitkijkt.

Sinds Freud weten we echter dat het opsluiten van 'ik-zucht' niet helpt. Hoe je je eigen kwaad, datgene wat je van jezelf niet kunt verdragen, ook wilt wegstoppen, het sijpelt onherroepelijk door de spleten van je cocon naar buiten. Onderdrukte emoties doen veel kwaad, juist omdat je ze niet bewust bent.

Er is een andere weg, die Franciscus zelf aangeeft in zijn 9 e Vermaning. Daar ligt volgens mij de sleutel voor een vruchtbare omgang met ego. Hij zegt daarin:

1. De Heer zegt:
'Heb je vijanden lief, doe wel aan wie je haten
en bid voor wie je vervolgen of vals beschuldigen.'

Met andere woorden, als 'ik-zucht' (ego) je vijand is, heb die dan lief. Benader je harnas met begrip en zachtmoedigheid, met een besef van de pijn die het harnas heeft doen ontstaan. Dat is een begaanbare weg. Want als je in staat bent je angsten te ervaren, je pijn, je hulpeloosheid, als je in staat bent die echt te voelen, zonder ervoor weg te vluchten, dan zul je merken dat de angst, die pijn wegebt. Je gaat niet dood aan die ervaring. Al heb je misschien -nog nooit zoiets hevigs gevoeld. Je voelt het volledig. je ziet het in de ogen. je stelt je 'schaduw' in het daglicht. Dan zul je merken dat het je minder in de greep houdt. Je kunt weer ademhalen, je kunt je eindelijk ontspannen. Je bestaan staat niet op het spel. Je kunt zijn wie je bent.
Franciscus geeft in diezelfde 9 e Vermaning aan wat de grond is voor deze omkering:

2. Hij bemint zijn vijand echt,
die niet door het onrecht dat die hem aandoet niet gekrenkt acht,
3. maar omwille van de liefde van God
brandende pijn voelt over de zonde van diens ziel.

Je kunt je ik-zucht, je ego met liefde omarmen, omdat je "brandende pijn voelt over de zonde van de ziel". Of, zoals ik in een andere vertaling zo prachtig omschreven vond:

Maar de zonde van diens ziel schrijnend ervaart 3)

Uit mededogen voor je eigen ontstaansgeschiedenis kun je je harnas van je persoonlijkheid oplossen. Mededogen, liefde, zachtmoedigheid, ze scheppen de geestelijke en mentale ruimte die je nodig hebt dat te doen. Dat schept ook ruimte voor humor over al die slimme trucs die je hebt ontwikkeld om ego in stand te houden. Dat relativeert de ernst waarmee we geneigd zijn onze eigen sores te beoordelen. Dat maakt het licht en dragelijk.

Bidden en meditatie

Bidden is een belangrijke manier om dit proces te ondersteunen. Tijdens het bidden spreek je je uit over je sores, je stelt het in het licht van Gods aangezicht. Het wordt daarin liefdevol opgenomen. En in dat bewustzijn kunnen zich je schaduwkanten oplossen.
Hetzelfde gebeurt tijdens stille meditaties. Langzaam maar zeker word je je gedachtespinsels gewaar, voel je hoe gedachten emoties oproepen, hoe die op hun beurt weer herinneringen oproepen aan ooit geleden pijn. Je gaat het luchtkasteel zien dat je aan het opbouwen bent met steeds weer nieuwe fantastische kamers. Naarmate je vaker mediteert zie je steeds opnieuw diezelfde film voorbijkomen, alsof je in een bioscoop zit. Het maakt je bewust wie je werkelijk bent, inclusief de oordelen over jezelf. Er komen scheuren in je cocon, het daglicht sijpelt binnen.

De vrucht

Wat is de vrucht van dit alles? Franciscus drukt dat in de 10 e Vermaning zo uit:

4. Zolang hij dat doet
kan geen andere vijand, zichtbaar of onzichtbaar, hem schaden

Wanneer je weet hoe ego functioneert dan ben je in staat uit dat vanzelfsprekende patroon van 'actie = reactie' te stappen. Allerlei gebeurtenissen, de oordelen van anderen, wat anderen je aandoen, hebben geen grip meer op je. Je voelt wel allerlei emoties, angsten etc., maar je voelt je tegelijkertijd niet meer zo aangevallen. Emoties worden ervaarbaar als een heftige energie die bij je binnenkomt en die jou ook weer verlaat. En je ervaart wellicht vooral 'schrijnend' hoe de ander zijn eigen ziel verstikt en uit onwetendheid zichzelf schaadt.
Vanuit dat besef hoef je niet meer met hardheid te reageren, maar vormt mededogen en zachtmoedigheid de bedding voor je antwoord. Dat kan evengoed boosheid zijn, maar de grond daarvoor is anders dan voorheen.
En dan nog, ook al is het boosheid van je gekrenkte 'ik', als je je dat bewust wordt kun je díe ervaring met zachtmoedigheid tegemoet treden. Dat geldt ook voor als je je schuldig voelt over je boosheid of voor de pijn die daarmee gepaard gaat. Elke ervaring, hoe moeilijk het ook is om die onder ogen te zien, kun je zo in het daglicht stellen en met mededogen omarmen. En dat kan ook, gedragen als we ons weten in Gods alomvattende liefde.


Noten

1) Wit, H. de, De verborgen bloei. Over de psychologische achtergronden van spiritualiteit , Kok Agora, Kampen, 1993, p. 67
2) Ik ben geneigd de term 'persoonlijkheid' te gebruiken in de betekenis die de westerse psychologie daaraan geeft: het centrum in je dat je een gevoel van samenhang geeft. Hoewel 'ego' ook in de westerse psychologie veelvuldig voorkomt als synoniem voor persoonlijkheid, gebruik ik het in deze tekst als een mentaliteit die op het behoud van het ik gericht is en die de wereld als één grote bedreiging ervaart. Dat maakt die mentaliteit ook zo 'ik-zuchtig' of egocentrisch.
3) Volgens de vertaling van H. Loeffen O.F.M., De Geschriften van Franciscus van Assisi , Gottmer, Amsterdam, 1982, p. 109

Top

Bureau Meanders
Koppestokstraat 63, 2014 AN Haarlem
tel. +31 (0)23 5247542, +31 (0)6 15474998