Zorg voor de natuur
Kort verslag van het gastcollege, gegeven door Chris Elzinga, op 18 maart 2003 aan de Universiteit van Humanistiek
Inhoud:
- Kernvraag
- Peiling van houdingen
- De toestand van de aarde
- Uitweg uit de patstelling
- Betekenis van de feedback en consequenties voor onze identiteit
- Subject temidden van subjecten
- Slot/Conclusie
- Literatuur
Kernvraag
Is er een noodzaak en een rechtvaardiging voor zorg voor natuur en milieu? Zo ja, zijn in deze (post)moderne tijd aangrijpingspunten te vinden voor betekenisvolle handelingsperspectieven?
Peiling van houdingen
Als inleiding heb ik onder de 24 aanwezige studenten gepeild hoe zij de ontwikkelingen op het gebied van natuur en milieu inschatten en hoe hun houding ten opzichte van die ontwikkelingen is.
Enkele punten uit die peiling:
Van de aanwezigen zag 50% zichzelf als pessimist; zo'n 40% vond zichzelf neutraal staan in deze thematiek; 12% beschouwde zichzelf als optimist.
Toch denkt 75% van de aanwezigen dat de toestand van natuur en milieu over 30 jaar slechter is dan nu.
In het algemeen werd een groot aantal dimensies in het natuur- en milieuvraagstuk onderkend. De 'neutralen' legden iets meer nadruk op de economische en ethische kant, de 'pessimisten' benadrukten iets meer de ethische, emotionele dimensie en de verstoorde verhouding tussen mens en natuur.
Wat onderliggende drijfveren betreft zijn de verschillen tussen de drie groepen studenten niet erg groot. Hoog scoorden vooral 'bezorgdheid', 'verontwaardiging/boosheid', 'verdriet/pijn over de toestand van de aarde' en 'liefde voor de natuur'. Wat verder opvalt is, dat 'schuld' alleen bij de 'pessimisten' speelde en dat 'liefde voor de mensheid/mensen' bij hen weinig nadruk had. 'Angst' speelde niet bij de 'optimisten'.
De toestand van de aarde
Aan de hand van een samenvatting van het meest recente Nationaal Milieubeleidsplan 4 (NMP-4), een recent VN-rapport over de toestand van ecosystemen op aarde en het boek 'The Skeptical Environmentalist' van Bj ø rn Lomborg, heb ik vervolgens geprobeerd zicht te geven op de toestand van de aarde.
Het NMP-4 en het VN-rapport zijn vooral pessimistische qua toonzetting. Biodiversiteit neemt gestaag af; klimaatverandering zet door; natuurlijke hulpbronnen nemen af; risico's voor gezondheid en ongelukken nemen toe; virussen, bacteriën en insecten vormen een bedreiging voor het economische en life support systeem. De algemene conclusie luidt: De toekomst ziet er somber uit, met allerlei onbekende risico's en gevaren.
Het boek van Bjørn Lomborg daarentegen heeft een onvervalst optimistische toon. Aan de hand van een groot aantal statistieken komt hij tot de conclusie dat het enorm meevalt, zowel met de toestand van de aarde nu, als in de komende 100 jaar. Biodiversiteit bv. zal volgens Lomborg niet met 30% afnemen in de komende 50 jaar, maar met 0,7%. De aarde zal veel minder opwarmen dan veel voorspellingen doen geloven, met name doordat de productie van olie en gas af zal nemen, ten gunste van duurzame alternatieven. Met onze gezondheid en veiligheid is het nog nooit zo goed gesteld geweest.
Zijn stelling is, dat de ernst van de milieuproblematiek in de eerste plaats een kwestie is van perceptie. We zien meer risico's omdat we steeds beter risico's kunnen meten.
Lomborg nuanceert wel. Er is nog steeds zorg nodig voor de aarde. Maar mensen worden aangezet uit angst te reageren. Dit is geen goede drijfveer om dat te doen.
We zullen prioriteiten moeten stellen. En wellicht is het uitbannen van honger en van armoede in de wereld niet alleen uit menselijke overwegingen, maar ook voor de toestand van de aarde op termijn veel meer te prefereren dan een restrictief milieubeleid. Aldus Lomborg.
Wie heeft er nu gelijk? De VN en de regering, of Lomborg? Mijn conclusie is, dat wij op basis van de gegevens die wetenschappers ons voorschotelen, niet tot eenduidige uitspraken kunnen komen over de toestand van de aarde.
Voor mij is in ieder geval duidelijk dat angst geen goede drijfveer is om mensen blijvend voor milieuprestaties te motiveren.
Uitweg uit de patstelling
We zien een patstelling op het niveau van overtuigingen, van pessimisten versus optimisten. We kunnen alleen uit die patstelling geraken door de zaak vanuit een hoger abstractieniveau (meta-niveau) te bekijken.
Op het meta-niveau van betekenis en identiteit speelt de vraag: Wat voor betekenis kunnen we aan die feedback geven en wat zegt ons dat over wie wij zijn als mensen ?
Deze vraag doet zich voor doordat we feedback van de natuur ontvangen, dus los van de dreiging die mensen in die feedback ervaren!
Betekenis van de feedback en consequenties voor onze identiteit
Een voorbeeld. In de afgelopen jaren is grote opschudding ontstaan over grote uitbraken van ziekten in onze veestapel: varkenspest, dioxine-kippen, BSE, MKZ en nu de vogelpest.
Een 'pre-moderne' reactie op deze gebeurtenissen is bidden dat de ziektes zo snel mogelijk overgaan. Ook nu wordt gebeden dat God de uitbreiding van de ziekte a.u.b. zal stoppen.
Een 'moderne' reactie is het pleidooi om de dieren nog meer dan nu het geval is van de buitenwereld af te sluiten, zodat zelfs virussen niet tot de hokken door kunnen dringen. Nog meer beheersing van het productieproces, waarin dieren niet veel meer zijn dan grondstoffen voor onze consumptie.
Een 'postmoderne' of misschien wel post-postmoderne reactie heeft de potentie tot heel andere handelingsperspectieven in zich. Ik wil dat laten zien door te kijken naar 4 verschillende kanten van die reactie:
Op cognitief niveau wordt tegenwoordig de onbeheersbaarheid en het chaotische karakter van allerlei processen veel meer onderkend.
Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de manier waarop dieren van nature leven. Niet meer 'productie' maar de aard van de dieren zelf vormen uitgangspunt.
In het spoor van dit soort onderzoek is vast komen te staan dat sommige dieren wel degelijk bewustzijn hebben. M.a.w. het 'schot' tussen mensen en dieren blijkt veel minder solide te zijn dan we ooit hebben gedacht. Onderzoek naar het bewustzijn van chimpansees, gorilla's en bonono's is wat dat betreft zeer interessant.
Op affectief niveau worden veel mensen geraakt door het lijden van dieren, vooral als dat gebeurt door menselijk toedoen. Boeren wier bedrijf wordt 'geruimd' raken niet alleen overstuur vanwege verlies aan inkomsten. Consumenten zien beelden van dode dieren. Dat doet iets met ons.
Het zet ons aan om de morele vraag te stellen: Wat doen we deze dieren aan voor wie wij verantwoordelijk zijn, in hun welzijn en welbevinden?
En deze vraag slaat direct op ons zelfbesef, onze identiteit: Wie zijn wij mensen dat we zo met dieren omgaan en wat zegt het over ons en over onze menselijkheid?
Dit soort postmoderne reacties zijn geen automatisme. Moderne en pre-moderne reacties zijn altijd mogelijk, maar zullen vanuit een postmoderne kijk op de dingen als regressief ervaren worden. En als niet adequaat, omdat de complexiteit van de werkelijkheid onvoldoende erkend wordt.
(Op deze plek past een schema dat apart in rtf-formaat te downloaden).
Subject temidden van subjecten
Sallie McFague beantwoordt die laatste vraag met een pleidooi om de andere wezens op deze aarde als subjecten tegemoet te treden in plaats van als dingen/objecten. Onze verhouding met de andere wezens zou er een van vriendschap moeten zijn. D.w.z. dat we het goede met de ander voorhebben, zonder het goede voor onszelf uit het oog te verliezen.
Deze houding kan groeien door ons te verdiepen in de aard van de anderen in de natuur en door zodoende onze angst voor die anderen te overwinnen.
Aan het eind van haar boek stelt ze de vraag: "Zullen we de aarde kunnen redden?" Haar antwoord is veelzeggend: "Dat zou al te pretentieus zijn. Waar het om gaat is dat we goed met de aarde en haar wezens omgaan omdat ze onze liefde en aandacht verdienen, zoals onze buren onze liefde en aandacht verdienen".
Dit is een antwoord op betekenis- en identiteitsniveau. Dit perspectief opent zich doordat we ons op een andere manier dan voorheen op cognitief en affectief niveau geïnformeerd weten over de aard der dingen.
Slot/Conclusie
Zorg voor natuur en milieu is terecht. Niet uit angst of uit schuldgevoel. Niet alleen omdat het echt nodig is. Maar vooral omdat de aarde en de wezens die haar bevolken onze liefde, aandacht en zorg waard zijn, zoals andere mensen dat waard zijn.
Literatuur
Bill Devall & George Sessions, Deep ecology, Living as if Nature Mattered, 1985, (0-87905-247-3)
Warwick Fox, Toward a Transpersonal Ecology, Developing New Foundations for Environmentalism , 1995, ISBN 0-7914-2776-5
Bjørn Lomborg, The Skeptical Environmentalist. Measuring the Real State of the World, 2001, ISBN0-521-01068-3
Sallie McFague, Super, Natural Christians, How we should love nature, 1997, ISBN 0-8006-3076-9
World Resource Institute, World Resources 2000-2001, People and Ecosystems, The Fraying Web of Life, 2000, ISBN 1-56973-443-7
Top
|