Maandagochtend, na de aanslagen in Parijs. Ik heb de afgelopen dagen via het journaal allerlei beelden gezien van gewonde mensen, dode mensen, mensen in shock, ontzette mensen. Vanochtend zag ik foto’s in de krant van mensen in thermische dekens, mooie mensen die het overleefd hebben. Wat raakt dat in mij?

Geraakt door lijden

Ik keer naar binnen, mijn ziel lijkt zich te verplaatsen naar de plekken waar het allemaal is gebeurd. Vanuit dit perspectief loop ik rond in de donkere zaal van de concertzaal Bataclan. Ik zie lichamen van mensen. Hun ziel heeft in paniek hun lichaam verlaten. Ik voel hun ontreddering, hun volkomen desoriëntatie. Wat een paniek moet dit geweest zijn.

Tegelijkertijd voel ik een enorme mildheid voor deze mensen die hier omgekomen, gewond, gevlucht zijn. Mijn hart is open en zacht en ik ervaar een stil treuren. Woorden als ‘deernis’ en ‘erbarmen’ komen in me op, een zacht aanwezig zijn bij lijden. Ik voel ook gelatenheid en daarin een “Ja, dit is realiteit”.

Een veld van menselijkheid

Het duurt een tijdje voordat ik besef dat ik een sfeer ervaar, een veld met een specifieke kwaliteit van menselijkheid. Ik ben één van hen, één met hen, geen toeschouwer. Deze menselijkheid heeft een kwaliteit van mildheid, mededogen, van solidariteit. Op de een of andere manier heeft het met warmte en met vloeibaarheid te maken, de afwezigheid van starre grenzen of van afzetten tegen elkaar. Als één van hen voel ik me open. Het maakt dat ik geraakt word door de schoonheid van deze mensen en door hun onschuld. De puurheid van hun ziel is voelbaar.

Mijn ziel lijkt zich te verplaatsten naar een van de café’s waar mensen onder vuur genomen zijn. Ik zie een grote groep zwijgende mensen voor een zee van bloemen staan. Ze bewijzen de omgekomen bezoekers eer door daar te zijn. En het gaat dieper: hun aanwezigheid is een enorme steun voor die uit het leven gerukte zielen.

Verdwaalde zielen

Dan zie ik beelden voor me van jonge jihadisten zoals ik ze op de televisie zag: jonge mannen met kalashnikovs, ergens in Syrië, bereid om het meest gruwelijke te doen wat een mens kan doen: medemensen doden. Wat een dwaasheid, wat een onwetendheid, wat een waanzin, wat een krankzinnigheid. Zielen die zichzelf verliezen in onmenselijke daden en daarmee het contact met hun eigen menselijkheid verliezen. De vraag die me bezig houd is: “Wat is er met jullie gebeurd, dat jullie tot zulke onmenselijke daden in staat zijn?”

Menselijk zijn is kwetsbaar zijn

Ja, menselijk zijn is kwetsbaar zijn. Dat is tastbaar aanwezig op al deze plekken. Natuurlijk willen we allemaal goed beschermd zijn en is bescherming ook nodig opdat we niet onnodig gekwetst worden.
Tegelijkertijd is kwetsbaarheid een kwaliteit van menselijkheid, een essentieel onderdeel daarvan. Het maakt dat ons hart open kan zijn om geraakt te worden door de menselijkheid van de ander. Dat maakt samenleven mogelijk. Anders krijgt de haat vrij spel.
In wat voor wereld willen we leven? Durf ik, jij, durven wij kwetsbaar te zijn en te blijven, zodat we onze menselijkheid behouden? Durven we de kwetsbaarheid ook in de daders te blijven zien, zodat we hun menselijkheid niet vergeten?

©Chris Elzinga
Haarlem, 17 november 2015

PS: Ik wil je graag uitnodigen om je je eigen reactie hieronder te delen.
.

Meer over dit onderwerp

RTL-nieuws heeft een pagina ingericht met foto’s mensen die tijdens de aanslagen zijn omgekomen.

Desmond Tutu heeft samen met zijn dochter Mpho Tutu ‘Het boek van vergeving’ geschreven, n.a.v. hun ervaringen in Zuid-Afrika met geweld en met het werk van de Waarheidscommissie die jarenlang slachtoffers en daders van extreem geweld bij elkaar gebracht heeft. Zij wijzen op de noodzaak dat slachtoffers hun verhaal kunnen vertellen, dat zij de volle omvang van het leed kunnen voelen dat hen is aangedaan. Pas dan kan de weg vrijkomen om een andere weg in te slaan dan de daders te haten. De erkenning van de menselijkheid van de daders is hierin cruciaal.
Klik op deze link voor een korte overzicht van de inhoud van het boek.